Elk jaar, aan het einde van de zomer, is het een kwestie van afwachten wanneer een onstabiele ZW-stroming ontstaat en daarmee het seizoen van de kustbuien wordt geopend. Dit jaar is dat extra spannend, omdat het zeewater na de warme zomer relatief erg warm is. De weerkaarten tonen nu vooral op maandag 31 augustus een aanwijzing voor actieve kustbuien. Helaas lijkt de meeste regen niet door te dringen tot de brongebieden van de Rijn.
Warme Noordzee
Laten we eerst eens kijken naar die zeewatertemperatuur. Deze is voor de Nederlandse kust tussen de 20-21 graden, en dat is 3-4 graden warmer dan normaal – al is die normaal intussen wel “gedateerd”. De zeewatertemperatuur-normaal is bij ECMWF gebaseerd op de ERA40 heranalyse (en deze beschrijft de periode 1957-2002). Een nieuwere normaal vinden we bij de Deense weerdienst, en dan blijkt de anomalie eerder 2-3 graden te zijn.
Wanneer de bovenlucht op 5.5km hoogte afkoelt tot -20 graden (dus 40 graden kouder is dan het zee-oppervlak) dan reiken stapelwolken al snel tot die hoogte en is er sprake van actieve regen- en onweersbuien. Afhankelijk van de aanvoerrichting, die goed te zien is op stroomlijnkaarten op enige hoogte boven de grond, trekken die buien de kustgebieden binnen. Ik heb hier eerder al uitgebreid over geschreven.

De weerkaarten voor maandag 31 augustus zien er gunstig uit voor actieve kustbuien. Er nadert vanuit het westen een gebied met een koude bovenlucht, en aan de grond is de aanvoer over zee – vanuit het zuidwesten. Bovendien convergeren de stroomlijnen langs de kust (kustconvergentie), zodat de gevormde buien door een extra stijgbeweging verder gestimuleerd worden.

Neerslagpieken tot 100mm aan de kust
De neerslagverwachting voor maandag ziet er dan ook imposant uit. Als voorbeeld heb ik deze keer de cumulatieve neerslag van het Franse Arome model gekozen. Deze neerslag is voor 72 uur vooruit, en bevat dus ook de buien van een eerdere buienstoring (van zaterdag-zondag).
Op wat grotere schaal zien we in het model voor West-Europa neerslagpieken langs elke ZW-W kust; overal is namelijk sprake van relatief warm zeewater. De neerslagpieken aan de kust zijn feller dan die door de orografie (zoals bij Wales). Dit is deels wat overdreven. Niet-convectieve modellen (roosterpunt afstand >5 km) hebben een parameterisatie voor buienvorming, en de buien zijn dus niet “fysisch” aanwezig in het model. Neerslag uit de buienwolken wordt niet getransporteerd, maar valt neer waar buien worden “berekend”. In hoge resolutie modellen zie je vaak wél buiensporen met buien die 50-100km het land optrekken voordat ze uitdoven. De neerslag zal dus in werkelijkheid wat verder landinwaarts vallen dan we de AROME-figuren zien.
Het onderste plaatje toont de neerslag volgens HARMONIE, en inderdaad komen de buien daar met de sterke ZW-wind veel verder het land op. Niettemin gaat het in alle modellen potentieel om véél neerslag, 60-100mm.

hieronder ingezoomd naar de Benelux


In het zuiden niet nat, Rijn blijft laag
De ZW-W stroming blijft de hele volgende week actief. Telkens weer trekken storingen via Engeland de Noordzee over met in ons land wat regen gevolgd door buien. In de avond/nacht/ochtend zijn die buien voor de kustgebieden, in de middag trekken ze het land op en zien we ze juist in het oosten opleven. Alles bij elkaar doet de neerslaghoeveelheid verder oplopen – behalve tussen kust en binnenland is er ook een duidelijk verschil tussen het noorden en het zuiden van het land. Boven Frankrijk stijgt begin september de luchtdruk, het wordt daar warmer en droger. Het zuiden van ons land pakt daar wat van mee, en misschien zien we daar ook wel een warme dag – dat kan nog prima in september.

Voor het waterpeil in de Rijn is dit niet meteen goed nieuws. Het peil is de afgelopen week wel 60-80cm gestegen, scheepvaart is weer mogelijk, maar de waterstanden zijn nog steeds laag. Er moet echt ook in Zuid-Duitsland en het noorden van Zwitserland meer regen vallen. Hogedrukopbouw boven Frankrijk (en vandaar de Alpen) is dan geen goed vooruitzicht.

