Met drie temperatuurmetingen op bijna dezelfde plek kun je onder (bijna) windstille omstandigheden interessante verschillen zien in je achtertuin. Er heerst typisch een microklimaat. Verschillen die vooral te maken hebben met (boom)schaduw, maar ook met meethoogte en opstelling van de thermometer.

Een ideale meetdag
Op 26 mei was er zo’n ideale meetdag. Zeker nabij het Veluwse bos was er weinig doormenging, de wind kwam in mijn Bennekomse tuin zelfs in windvlagen niet verder dan 3 m/s. Vooral in de ochtend was het vrijwel windstil.
Voordat ik in meer detail op de metingen in ga, is het goed om een recente foto te tonen van de meetopstelling. De positie van de 3 (temperatuur)stations is op de foto aangegeven. Rechts van het Bresser 7-in-1 weerstation (recent aangeschaft) zien we nog een stuk van de trompetboom van de buren, die in het 2e deel van de ochtend een slagschaduw geeft.
Het Davis Vantage Pro2 weerstation is opgesplitst in drie delen: de stralingsmeter zien we onder de Bresser op ruim 3m hoogte, de thermometer-unit staat met de regenmeter op 2m en de windmeter bevindt zich (buiten beeld) op 7m aan het huis.
In de klassieke thermometerhut staat de Netatmo-sensor, ook is er een statief met analoge max/min kwikthermometers.

Analyse van 26 mei
De zon scheen de hele dag fel. Zelfs vliegtuigstrepen ontbraken. Wel zijn er bomen, en komt de zon de eerste 1-2 uur niet boven beukenhagen en struiken uit. Op 4m hoogte gebeurt dat vervolgens eerder dan op 2m of 1,5m. De relatief koele nachtelijke sfeer (alle 3 meetpunten geven vrijwel dezelfde nachttemperatuur – er is dus geen bias in één van de sensoren) blijft in mijn tuin dus nog even intact, terwijl het op 4m al snel warmer wordt. We zien dit effect het duidelijkst tussen 7.30 en 9.30u: het Bresser weerstation op 4m staat allang in de zon, de Davis op 2m volgt een uur later en de weerhut nog iets later. De Netatmo binnen de weerhut reageert bovendien langzamer dan de sensoren in de kleine Davis/Bresser hutjes. De 20-graden wordt op 4m al rond 7.50u bereikt, op 2m rond 8.50u en in de weerhut pas rond 9.10u. Omdat de temperatuurstijging op een zonnige stille juni-ochtend heel snel gaat, ook in het buitengebied (zie de metingen op het WUR-station), worden de verschillen tussen mijn 3 meetplekken groot, tot wel 4 graden aan toe.
Tussen 9.30 en 11.30u ligt mijn meetpunt grotendeels in de schaduw van de trompetboom. De straling beperkt zich tot diffuse straling (rond 100 W/m2). De temperatuuropbouw vlakt af, de temperatuurverschillen worden kleiner omdat het verderop in de tuin nog wel opwarmt in de zon.

Het warmste deel van de dag en namiddagschaduw
Het warmste deel is dan van 11.40 tot 15.40u. De zon staat hoog boven het huis en wordt niet gehinderd door bomen. De kleine sensorhutjes tonen tuineffect, de Netatmo in de weerhut (groene curve) geeft de temperatuur nog het beste weer. De Bresser op 4m hoogte vangt wel een beetje wind, op 2m is dat veel minder. We zien daarom dat, ondanks het kleine sensorhutje, de Bresser een 2 graden lagere temperatuur toont dan de Davis (en 1 graad lager dan de Netatmo in de hut).
Voor de statistiek: de Davis heeft een momentane (dus niet 10-minuten) piek van 32,6 gehaald, de Netatmo kwam tot een maximum van 31,6 en de klassieke kwikthermometer in de hut kwam tot 31,5 graden. Deelen kwam deze 26e mei tot 32,2 graden.
In de (na)middag gaat de zon schuil achter onze 100-jarige eikenboom. De temperatuuropbouw stopt, dat merk je ook duidelijk elders in de tuin. In de wijdere omgeving warmt het echter nog op, op het WUR-station wordt het maximum met 32,0 graad pas rond 17.15u bereikt. Door een beetje wind bereikt een deel van die late warmte samen met de warmte die zich eerder dichterbij de grond opbouwde in de tuin geleidelijk ook het 4m niveau, de Bresser sensor meet de hoogste waarde van 31,1 graad pas rond 18u.
In de avond tenslotte steekt er een beetje wind op, de avondafkoeling is daardoor op 4m wat sneller dan nabij de weerhut.
Meetnauwkeurigheid
Natuurlijk kun je niet om de meetnauwkeurigheid van de sensoren en hun opstelling heen. Ook is de responstijd van elke sensor niet gelijk. En we kijken naar metingen die slechts elke 5 (Netatmo) of 10 (Davis, Bresser) minuten naar het web worden geüpload. Toch is er veel te beleven aan het meten van weerparameters in een tuin, juist wanneer er door bomen of huizen schaduwplekken zijn. De leukste resultaten krijg je als er bijna geen wind staat. En de zeer lokale verschillen treden ook op bij andere parameters, zoals wind en regen.
Wie heeft ook wel eens allerlei metingen in zijn tuin gedaan? Stuur gerust een reactie in!

